de sleutel tot succes

Je kunt ze leren van een 13 jarige VWO-scholier

Gedreven professionals lopen zichzelf vaak voorbij omdat ze vooral druk zijn met (het helpen van) anderen. Ze staan vaak niet voldoende stil bij wat zij zelf nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Zo sprak ik laatst een HR-adviseur die vertelde dat hun fysiotherapeuten hun toegenomen administratieve werk thuis doen, omdat het anders ten koste gaat van de tijd voor de patiënten. Je kunt zeggen dat dit bewonderenswaardig is, maar als het ten koste gaat van jezelf is het geen oplossing voor de lange termijn.

Persoonlijke effectiviteit – mits goed ingericht – helpt je om goed voor jezelf te zorgen in een wereld die veel van je vraagt. Het leert je grip te houden op je tijd, op je aandacht en op je energie. Zodat je niet ‘verdwijnt’ in het helpen van anderen, maar zelf aan het roer blijft staan. Dat is niet alleen prettig voor jezelf, het levert je ook veel meer resultaat op. Persoonlijke effectiviteit is – zoals de naam al zegt – persoonlijk en dus geen one size fits all oplossing. Toch zijn er wel kenmerken waar jouw persoonlijk ingerichte effectiviteit aan moet voldoen om het succesvol te maken. Ik neem je mee langs de 3 succesfactoren van persoonlijke effectiviteit aan de hand van de ervaringen die mijn zoon Ferron opdeed op school.

Ferron is dertien en aardig slim. Een overeenkomst van slimme kinderen is dat ze nooit hebben leren leren, want alles op de basisschool is (te) eenvoudig.  Daar kwam bij dat hij van mening was dat hij zelf kon uitpuzzelen hoe hij goed kon plannen en organiseren. Hij had er immers geen enkele ervaring mee dat dingen moeilijk konden zijn als het gaat om leren. Het eerste jaar op het VWO+ ging dan ook met vallen en opstaan.

In de eerste weken van het tweede schooljaar ging het fout. Hij stond na de eerste 6 weken 11 tekorten en gemiddeld over alle vakken een 5,2. Daarbij had hij een frustratielevel van 8 op een schaal van 1-10.

Nu 2,5 maand later heeft hij alle onvoldoendes opgehaald en staat hij gemiddeld over alle vakken een 6,8. Zijn frustratielevel is nog maar een 4 terwijl hij slechts een beetje meer energie steekt in zijn huiswerk. Daarbij geven de docenten aan dat hij in de klas veel prettiger gedrag laat zien en ik zie dat zijn zelfvertrouwen gegroeid is. Kortom: een topprestatie.

Ik was hierover met hem in gesprek en hij vertelde mij zijn drie succesfactoren die er niet alleen voor zorgden dat hij er nu zo goed voorstaat, maar die er ook voor zorgen dat hij weet dat hij dit zo kan houden. Ik was niet alleen enorm trots op hem, ik realiseerde mij ook dat zijn lessen bijzonder waardevol zijn voor de lezers van de Waanbrekend.

Ferron stond na de eerste 6 weken van dit schooljaar 11 tekorten en heeft 2,5 maand later alles opgehaald. Voor wie niet helemaal thuis is in het voorgezet onderwijs, een 5 is 1 tekort, een 4 twee tekorten etc. Hij stond gemiddeld een 5,2 over elf vakken en had een frustratielevel van 8 op een schaal van 1-10.  Nu 2,5 maand later heeft hij in zijn laatste toetsweek geen enkele onvoldoende gehaald, staat hij gemiddeld over alle vakken een 6,8 en voor elk vak voldoende. Zijn frustratielevel is nog maar een 4 terwijl hij slechts een beetje meer energie steekt in zijn huiswerk. Daarbij geven de docenten aan dat hij in de klas veel prettiger gedrag laat zien. Kortom: een topprestatie.

Dit is niet zomaar ontstaan en hij heeft hier erg hard voor gewerkt. Niet alleen door veel energie te steken in het leren, maar vooral door zijn systeem te veranderen. Hierdoor heeft hij zijn gedrag  aangepast op een duurzame manier en weet hij dat hij deze resultaten kan blijven halen. Afgelopen weekend waren we hierover in gesprek en ik vroeg hem wat zijn drie succesfactoren zijn die de basis vormen voor dit resultaat. Ik neem je in dit artikel mee langs zijn heldere en waardevolle antwoorden.

Succesfactor 1: Een goede planning

De eerste succesfactor is goed plannen. De aanpak leerde hij van zijn mentor (bedankt Saskia!). Hij plant op weekbasis en hoeft zo niet meer elke dag te bedenken wat er moet gebeuren, met het risico dat hij te laat begint en achter de feiten aanloopt. Elke vrijdagmiddag wordt er gepland en krijgt al het huiswerk een tijdslot in zijn planagenda. Gedurende de week slaat hij zijn planagenda open en hoeft alleen maar te kijken wat hij moet doen en hoelang hij daarmee bezig is.

Succesfactor 2: Gerichte aandacht

Als je dan aan de slag gaat, is de tweede succesfactor dat je echt in de stof duikt, aldus Ferron. Dat je 100% van je aandacht richt op datgene waar je mee bezig bent. Dat je dat wat je doet, goed doet. De neiging om half met je gedachten te zitten bij alle andere dingen die ook moeten gebeuren (bij Ferron bijvoorbeeld het gamen, videootjes kijken of appen met vrienden 😉 ) of er gewoon niet met je aandacht echt bij zijn omdat je geen zin hebt en er maar een beetje overheen lezen, heeft geen zin. De link met planning zit erin dat je in je planning werkt in blokken, waardoor je een begin, maar ook een eindtijd hebt. En je houdt rekening met pauzes zodat je de concentratie op kunt brengen.

Succesfactor 3: Nastreven van kwaliteit, weg met de zesjes cultuur

‘Als je leert voor een zesje, dan ken je het niet echt’ heeft Ferron inmiddels ervaren. En dan is het risico groot dat je een 5 of zelfs een 4 haalt. Leren voor een 8 kost iets meer tijd, maar levert wel (bijna) de garantie dat je een goede voldoende haalt.  Daarbij heeft hij deze toetsweek voor het eerst geen herkansing, dus hij hoeft geen half werk over te doen.

De komende drie artikelen ga ik dieper in op elk van deze succesfactoren en hoe je dit kunt benutten in je eigen werk. Ik laat je zien hoe ook jij je systeem kunt veranderen en een duurzame verbetering kunt realiseren. Zodat je ook met klein beetje meer werkenergie je frustratielevel enorm naar beneden kunt krijgen en substantieel betere resultaten kunt halen.

Ik kijk ernaar uit om je hiermee te inspireren!

Tot de volgende keer.